Home Nieuws De praktijk Het team Dieren Contact

Gezelschapsdieren

Landbouwhuisdieren

Paarden

Honden

Voortplanting

Vaccinaties

Consulten aan huis

Vlooien & teken

Ontwormen

Chippen

Op vakantie

Castratie/Sterilisatie

Voeding

Huidproblemen

Gebit

De oudere hond

Hartaandoeningen

Schildklierprobleem

Suikerziekte

Veel voorkomende aandoeningen

Voortplanting

Gedragsproblemen

Euthanasie

Links

De bevalling van uw hond
 
De dekking
Het is het beste dat de teef haar eerste nestje krijgt voor ze 4 jaar oud is. Ze moet echter niet al bij de eerste loopsheid gedekt worden, want dan is ze zelf nog niet helemaal uitgegroeid. Ook op latere leeftijd kan een teef nog wel een nestje krijgen, maar hoe ouder ze is, hoe meer kans er is op complicaties.

Een teef is meestal 3 weken loops. Gemiddeld is ze op de 11e dag na het begin van de bloederige uitvloeiing vruchtbaar. Het is daarom verstandig om haar op de 10e en 12e dag te laten dekken. Als u precies het dektijdstip wil weten, dan kan dat door middel van bloedonderzoek, beginnend vanaf dat de hond ongeveer 1 week loops is. Er moet vaak een paar dagen achter elkaar bloed geprikt worden. Via deze methode kun je heel nauwkeurig bepalen wanneer de teef gedekt moet worden.
 
Vaststellen drachtigheid
Het beste is een eventuele dracht vast te stellen met echografie. Dit kan vanaf 25 dagen dracht. Tussen de 28-32e dag na de dekking kunnen we de dracht soms vaststellen door in de buik van de teef voelen. Daarna is het niet eerder meer mogelijk om dit te voelen tot de 45e dag. Dan kan ook een rŲntgenfoto gemaakt worden. Hierop is vaak niet precies te zien hoeveel pups de teef verwacht.

Drachtigheidsduur en ontwormen
Vanaf het moment dat de teef gedekt is tot aan de geboorte, zit gemiddeld negen weken (=63 dagen). Maar de pups kunnen al geboren worden vanaf  dag 59 tot en met 67 dagen na dekking. Bij de hond geldt over het algemeen: hoe meer pups, des te korter is de dracht. Als de dracht minder dan 59 dagen of meer dan 67 dagen duurt, moet de dierenarts gewaarschuwd worden. Als de pups te vroeg geboren worden, kunnen ze in de problemen komen. Als de dracht te lang duurt, kunnen zowel de teef als de pups het moeilijk krijgen bij de geboorte. De dierenarts kan bepalen of het verstandig is nog iets langer te wachten, of dat het noodzakelijk is om dan een keizersnede te doen.
Het is raadzaam om vlak voor en/of vlak na de bevalling, de teef eenmaal te ontwormen.

Voeding
Het is niet nodig om de teef extra te voeren in de eerste 7 weken van de dracht. Later kunt u haar eventueel wat pupbrokken als extra krachtvoeding geven. Het komt zelfs voor dat de teef rond de 28-30e dag van de dracht een paar dagen weinig eet. Aan het einde van de dracht eet de teef ongeveer 1,5 keer meer dan normaal.

Verschijnselen van de naderende bevalling
Ruim voor de bevalling maakt u een werpkist. Deze kist moet zo lang zijn dat de teef er makkelijk languit in kan liggen. De randen moeten zo hoog zijn dat de pups er, ook als ze kunnen staan, niet overheen kunnen. Het is wel prettig voor de teef als er een deurtje inzit, zodat ze er makkelijker zelf in en uit kan gaan. Langs 3 randen moet op pup hoogte vanaf de onderkant een richel zitten (gemiddeld ongeveer 5 -10 cm hoog). Als de teef voornamelijk tijdens de bevalling op een pup zou gaan liggen, dan kan die onder deze richel glijden en zo veilig liggen. Op de bodem legt u een vochtabsorberende laag, bijvoorbeeld oude handdoeken of lakens. Veel teven scheuren deze stuk, kort voor de bevalling, dus leg er iets ouds in.
Enige tijd voor de bevalling zakt de lichaamstemperatuur van de teef beneden de normaalwaarde (38.0 — 39.0 C). Deze periode kan enige dagen duren maar vlak voor de bevalling zakt de temperatuur weer, vaak tot 36.5 C.
Soms valt het op dat de teef een helder, taai, soms iets melkachtig, wit slijm verliest. Dit is het teken dat de ontsluiting en de bevalling binnen 24 uur moet plaatsvinden. Vlak voor de bevalling begint, tengevolge van de weeŽnactiviteit, de temperatuur weer te stijgen tot ver boven de 37.0 C.

De bevalling
Als de weeŽn beginnen, wordt de hond onrustig, gaat in haar werpkist krabben en kan soms door het huis gaan lopen. Vaak wil ze ook naar buiten. Laat haar even buiten plassen, maar loop niet te ver met haar. Deze periode kan wel 12 uur duren.
Let erop dat de hond tijdens de bevalling rust krijgt. Het is een zware opgave en het is prettig voor haar als er geen drukke kinderen of buren komen kijken naar haar bevalling. Natuurlijk moet de eigenaar in de buurt blijven om ervoor te zorgen dat alles juist verloopt.
Als de teef persweeŽn krijgt, verschijnt eerst de vruchtblaas en het vruchtwater, dan het jong in de vliezen en daarna de nageboorte. De teef maakt de vliezen kapot en eet ze samen met de nageboorte op. Maakt de teef niet zelf de vliezen kapot, maakt u ze dan bij het kopje van de pup kapot zodat de pup kan ademen. De teef zal ook de pup schoonlikken, dit is belangrijk voor het op gang komen van de ademhaling, het stimuleren van de darmen en ook voor de moeder-kind binding. Als een teef veel pups krijgt, laat haar dan niet alle nageboorten opeten, want dan kan ze diarree krijgen.
Het vruchtwater kan overigens wat groen van kleur zijn, dan moet de eerste pup binnen 1 uur geboren worden. Zo niet dan moet u de dierenarts waarschuwen. Ook moet u de dierenarts waarschuwen als de teef duidelijk zit te persen op een pup en dit langer dan 20 minuten duurt. Bij twijfel natuurlijk altijd de dierenarts bellen!
De gemiddelde tijd tussen de geboorte van 2 pups is ongeveer 45 minuten. Anders dient door de dierenarts gecontroleerd te worden waarom de bevalling niet vordert.

Wanneer gaat er iets mis:
• als de aanstaande moeder ziek is of abnormale uitvloeiing heeft
• als de dracht al 67 dagen duurt
• als de teef 30 minuten krachtig perst zonder enige vordering
• als de teef 1-2 uur af en toe zwak perst zonder enige vordering
• als de teef na de geboorte van een jong 2-3 uur niet meer perst, terwijl er nog jongen te verwachten zijn.

Als er iets anders is waarover u twijfelt: bel dan de dierenarts!

Na de bevalling
De natuur heeft ervoor gezorgd, dat de navelstreng meestal spontaan op de goede plaats afscheurt. Mocht een navelstreng bloeden dan kunt u deze afbinden met een stevig stuk naaigaren, ontsmet de navelstreng ook met wat spiritus (= 85% alcohol). Blijft de teef na de bevalling onrustig, dan is het verstandig om de dierenarts te laten controleren of ze inderdaad ‘leeg’ is, dit wil zeggen dat er zeker geen pups meer in de buik zitten.
De pups kunt u merken met nagellak of een gekleurd wollen draadje.

De teef
Voor zover de teef nog geen wormkuur heeft gehad, geeft u haar er nu een. De teef moet vooral niet bijgevoerd worden met melk, integendeel want de kans op diarree is dan groot. Ze mag geen troebele of stinkende uitvloeiing krijgen. De normale uitvloeiing is gedurende 3 dagen roodbruin en tot de 10e dag mag deze uitvloeiing helder slijmig zijn.

De pups
• Als de pups voortdurend liggen te piepen en te zoeken, geeft de moeder waarschijnlijk te weinig melk.

• Als ze steeds op een hoopje op elkaar kruipen hebben ze het koud. Liggen ze zover mogelijk uit elkaar dan is het te warm in de werpkist. De eerste twee weken moet de omgevingstemperatuur van de pups ongeveer 26 graden zijn, in de derde week kan de temperatuur dalen tot ongeveer 24 graden. Bij moederloze pups moet de temperatuur wat hoger zijn, de eerste 5 dagen 29-31 graden, de 2e week 26-29 graden, de 3e week 23-26 graden en de 4e week 23 graden. De eerste weken moet je erg oppassen voor tocht.

• Pups moeten vanaf de geboorte dagelijks aankomen in gewicht. Ze moeten gewogen worden op een nauwkeurige (digitale) weegschaal. Het is belangrijk om de pups de eerste dagen 2x daags te wegen, zodat je snel kunt zien of ze wel in gewicht aankomen na de bevalling. Als ze niet aankomen of zelfs afvallen, krijgen ze te weinig moedermelk en moet je bij gaan voeren met puppymelk. Noteer het gewicht van de pups. Bij twijfel kunt u de dierenarts bellen voor overleg. Ongeveer op de 10e dag na de geboorte gaan de oogjes open en hebben de pups als het goed is hun geboortegewicht verdubbeld.

• Als de pups 3 tot 4 weken oud zijn, kan er met bijvoeren van vast voedsel worden begonnen. Dit proces, waarbij de pup geleidelijk overschakelt van moedermelk naar vast voedsel, wordt spenen genoemd. Om de zelfstandige voedselopname te stimuleren, kan eerst eventueel enkele dagen een moedermelk vervangend product op een schoteltje worden gegeven, waarna geleidelijk op vast voedsel wordt overgeschakeld. De ideale overgang van moedermelk naar vast voedsel is een speciale voeding voor pups in blik. Dit heeft namelijk een zachte structuur en het is daarom makkelijk te eten voor pups met een melkgebit. Ook kunnen speciale pupbrokken worden gegeven, al dan niet geweekt. Hiermee kan op de leeftijd van ongeveer 4 weken begonnen worden. Geef deze voeding bij voorkeur 5 tot 6 keer per dag in kleine porties. Pups hoeven nog geen eigen voerbakje te hebben, ze mogen samen gevoerd worden van 1 of 2 ondiepe schaaltjes. Wanneer ze een beetje moeten vechten om hun voer stimuleert dat de eetlust. In het begin van de speenperiode is moedermelk nog het belangrijkste deel van de voeding, maar op de leeftijd van 8 weken zijn de meeste pups volledig aan vast voedsel gewend en zijn ze klaar om bij hun moeder weg te gaan.

Wormkuren
De eerste wormkuur krijgen ze op de leeftijd van 2 weken. Daarna iedere 2 weken herhalen tot 8 weken leeftijd, dan vanaf 2 maanden leeftijd elke 2 maanden tot ze een half jaar oud zijn. Vanaf een half jaar leeftijd is het aan te raden ze 4x per jaar te ontwormen.

Inenten
De eerste puppyenting, dienen de pups te krijgen als ze 6 weken oud zijn. Dan volgt op de leeftijd van 9 weken de enting tegen Parvo en  Weil en op de leeftijd van 12 weken volgt dan de cocktailenting. Daarna krijgt u jaarlijks een herinneringskaart toegestuurd.

Succes!

Het Want 4
8802 PV Franeker
0517 - 392100
   

Disclaimer